U bent hier: zakelijk : Service : Tips
 
   

Grasverzorging

Korte informatie over gras
De eerste grassoorten kwamen 15 tot 20 miljoen jaar geleden op de aarde voor. Dat was ook de periode waarin de alpiene vorming plaats vond en bergketens als de Himalaya en de Alpen het uiterlijk kregen dat ze tegenwoordig hebben. Geologische en fossiele vondsten uit deze periode vertellen ons dat er gras aanwezig was. De grassen waren in die tijd sterk in ontwikkeling en veranderden de natuur van de aarde. Tot de tijd dat de grassen zich begonnen te verspreiden, beheerste het oerbos het landschap. Om een of andere reden verdween dit van grote delen van het aardoppervlak om vervangen te worden door gras- vlaktes. Eerder was een groot deel van het op de aarde actieve chlorafyl gebonden geweest aan de bladeren van de bomen. Nu werd het in plaats daarvan gebonden aan het gras op de grond. In de ecosystemen die rond de grassen ontstonden, ontwikkelde zich de moderne fauna van grote, grazende dieren met een efficiënte kauwuitrusting en gecompliceerde verteringssystemen. Sinds die tijd is er veel gebeurd en veranderd, maar nog steeds staat het gras in vele voedingsketens centraal. Ook wij mensen zijn afhankelijk van de grassen als voedsel. Drie grassen: tarwe, rijst en maïs, zijn belangrijke cultuurgewassen voor onze voedselvoorziening. Als deze zouden verdwijnen, dan zou dat een catastrofe betekenen voor de menselijke cultuur.

Eenvoudige botanica
Botanisch gezien vormen de grassen een eigen familie: Poaceae, of met een oudere naam Gramineae. In totaal zijn er meer dan 10.000 soorten in de familie van de grassen. Gras is een-, twee- of meerjarig. Ze worden botanisch als kruiden gedefinieerd. De enige uitzon- dering zijn bepaalde soorten bamboe die houtachtige gewassen zijn. Veel andere gewas- sen doen qua uiterlijk en groeiwijze aan gras denken, maar zijn lang geleden als eigen families aangemerkt. Ze vormen tussenvormen tussen de echte grassen en de normaal bloeiende kruiden en worden halfgras genoemd. Voorbeelden van families met grasachtige gewassen zijn galigaan, bies, zegge, rus en veldbies. Botanisch gezien zijn ze terug te voeren op de families van de Cyperaceae en Juncaceae.

 

Grasmatten hebben onderhoud nodig
Vaak beschouwt men gras als iets vanzelfsprekends, iets dat er gewoon is en niet verzorgd en onderhouden hoeft te worden, op zo nu en dan maaien na. Gras kan veel verschillende functies hebben. Maar ook veel eigenschappen. Het kan verfraaiend zijn. In de vorm van echt intensief verzorgde siergazons, of in de vorm van bloemenweides waar gras, kruiden en bloemen in harmonie met de natuur leven. Het gras kan ook fungeren als de basis voor activiteiten in de vorm van sportvelden of speelvelden.

Dit is misschien de functie waar we het meeste mee in contact komen, omdat we dit gras gebruiken om op te lopen, te rennen en te spelen. Gras is ook waardevol als bodem- bedekkend plantenmateriaal, beschermend tegen erosie van de aarde. Andere bodem-bedekkende gewassen kunnen niet tegen dezelfde lage kosten aangelegd worden om grote oppervlakken te bedekken of net zo rationeel onderhouden worden als gras.
Gras is ook ecologisch waardevol. Het is zuurstofvormend en het bindt kooldioxide, twee zeer belangrijke eigenschappen. Maar welke functie het gras ook heeft, het moet verzorgd worden op een bewuste en inzichtrijke manier.

 

 

Maaien
De bruikbaarheid van het gras wordt in hoge mate beïnvloed door de mogelijkheid om zonlicht, voedingsstoffen en water op te nemen. Het gras vormt samen met de aarde een kringloop, waar het gras de voeding uit de aarde haalt die nodig is voor de groei, en planten- resten, zoals grasmaaisel, wordt omgezet tot humus en weer terug gaat naar de aarde.
Het gras verliest door het maaien voortdurend biomassa en daardoor voedingsstoffen. Deze voedingsstoffen moeten weer naar het gras teruggevoerd worden teneinde een goede groei te verkrijgen en te kunnen concurreren met onkruid. De norm voor het grasoppervlak is behalve van de groeiomstandigheden ook afhankelijk van de grassoorten, het gebruik van het gras en de mate van verzorging. Om te weten hoe het gras erbij ligt, raden wij aan met regelmatige tussenpozen een bodemanalyse te doen. Een bodemanalyse geeft belangrijke informatie over PH-waarde, humusgehalte, kalium, fosfor, geleidingsgetallen enz. De aarde wordt naar een laboratorium gestuurd, het testresultaat geeft vervolgens aan wat er gedaan moet worden op de desbetreffende grasmat.

 

Maaihoogte
Door de jaren heen is gebleken dat een maaihoogte van tussen de 50 en 100 mm het beste is voor de groei van het gras. Wanneer de maaihoogte lager dan 50 mm is, wordt het risico groter dat de plant beschadigd raakt. De maaihoogte moet gedurende periodes van droogte en op terreinen waar het gras zich in de schaduw bevindt, over het algemeen wat hoger zijn om het risico van uitdroging te verminderen. Een lage maaihoogte (minder dan 30 mm) vergroot ook de slijtage van het maaidek en het risico van beschadiging door bijv. steenslag. Een lage maaihoogte leidt ertoe dat de vitaliteit en duurzaamheid van het gras minder wordt. De wortelmassa wordt kleiner waardoor de uitdroogtolerantie ook kleiner wordt.
Bovendien herstelt het gras zich langzamer na beschadiging en dat vermindert de concur- rentiekracht ten opzichte van onkruid. Ook de weerstand tegen ziekte- en schimmel-aanvallen wordt kleiner. Bij de eerste en laatste maaibeurt van het seizoen moet de maaihoogte iets hoger dan normaal gezet worden om in het voorjaar de grasgroei op gang te brengen en om de resistentie van het gras te bevorderen. De maaihoogte beïnvloedt heel sterk de hoeveelheid maaiafval, omdat de hoeveelheid toeneemt met een afnemende maaihoogte. Aan de andere kant kan een hogere maaihoogte ertoe leiden dat de tijd tot de volgende maaibeurt korter wordt, hetgeen het onderhoud duurder maakt.

Snijoppervlak
Maaien is altijd negatief voor de plant. Het gras raakt gewond en door de wond neemt het risico van uitdroging en schimmelinfecties toe. Wanneer het snijoppervlak schoon en scherp is, neemt het risico van zowel uitdroging als ziektes af, in vergelijking met een onscherp en gerafeld snijoppervlak. Botte messen kunnen ook tot een 20% hoger benzine-verbruik leiden dan maaien met scherpe messen.Een goed snijoppervlak krijgt u met scherpe messen, droog weer, een hoge periferiesnelheid van de messen (d.w.z. de snel- heid waarmee de messen tegen het gras bewegen) en doordat niet meer dan maximaal 50% van de lengte van het grasblad afgemaaid wordt (bij mulchen zou men niet meer dan 1/3 van de lengte van het grasblad moeten maaien).


Werkmethoden in het kort

Zitmaaier
Voor het beste resultaat en de hoogste rijsnelheid is het belangrijk om het rijden te plannen. Voorkom indien mogelijk scherpe bochten. Rij bijvoorbeeld in een zogenaamde rollende o. Begin buiten aan en rij naar binnen gedraaide ronden. Bij scherpe bochten gaat de rijsnel- heid naar beneden omdat het risico van ophopend maaisel anders toeneemt.
Het is belangrijk om rijsporen te voorkomen. Dat kunt u het best doen door ten eerste geen scherpe bochten te maken zoals hierboven wordt beschreven en ten tweede langzaam af te remmen.

U zou ook de rijrichting moeten variëren, zodat u niet herhaalde malen exact hetzelfde patroon rijdt. Dat zorgt er zelfs voor dat het gras een beter uiterlijk krijgt omdat de gras- sprieten omhoog komen, terwijl ook het grasafval gelijkmatiger wordt verdeeld dan wanneer altijd in dezelfde richting wordt gemaaid. Bij maaien in vochtig weer moet de rijsnelheid lager worden om ophoping van maaisel te voorkomen. Hoe meer gras verwerkt moet worden, hoe groter het risico van ophopend maaisel. Wanneer u de maaihoogte groter maakt, zodat een kleinere hoeveelheid gras verwerkt moet worden, neemt het risico over- eenkomstig af. D.w.z. kijk naar het weer wanneer u gaat maaien en bepaal welke maai- hoogte gebruikt moet worden om ophoping van maaisel te voorkomen. De motor moet voortdurend op volle toeren draaien.

Dat zorgt voor een optimale luchtdoorstroming in de kap en een hoge periferiesnelheid van de messen en dat is noodzakelijk voor een schone en precieze snede. Maak het dek na iedere werkdag schoon. Een vuil maaidek vermindert de arbeidscapaciteit van de maaier, voorkomt een gelijkmatige verdeling van het grasmaaisel en verslechtert het snijoppervlak.



Maaien met de motorzeis
Op sommige velden ontstaat al gauw een situatie waarbij getrimd wordt met een lagere maaihoogte dan het maaiwerk dat wordt gedaan met een zitmaaier of een normale motor-grasmaaier. Dit probleem ontstaat omdat motorzeisen niet in de hoogte ingesteld kunnen worden. Daarom is het belangrijk voor degene die trimt goed op de maaihoogte te letten en te voorkomen dat het gras beschadigd raakt door een veel te lage maaihoogte. In sommige gevallen kan het op krappe velden ook goed zijn om eerst rond de hindernissen te trimmen en daarna te maaien met een kleine zitmaaier. Indien noodzakelijk wordt het gemaaide gras met een blazer van de randen enz. geblazen naar de grasvelden die de zitmaaier nog moet maaien. Het met de motorzeis gemaaide gras kan dan nog een keer gemaaid worden en het resultaat is wat netter dan wanneer u eerst met de zitmaaier maaier en daarna met de motorzeis trimt

De illustraties laten het principe van BioClip (mulchen) zien. Het gras wordt fijn vermaaid en als voeding weer naar het grasveld teruggevoerd.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor- en nadelen

•Het vermalen van hel afval, wat nieuwe voeding wordt.
•De mestbehoefte wordt met tenminste 50% verminderd. Wanneer er ook veel blad mulch wordt, kan op sommige gronden het bemesten helemaal komen te vervallen.
•Het afval hoeft niet afgevoerd te worden om gecomposteerd te worden.
•Geeft een netter resultaat dan achter- en zij-uitworp.
•Vergroot de humuslaag (gehalte teeltaarde).
•Klein risico van opspattende stenen.
•Kan niet voorkomen dat onkruidzaad wordt verspreid.
•Vraagt wat intensiever maaien, omdat iedere keer max. 1/3 van de bladlengte gemaaid mag worden.
•Het resultaat is niet zo netjes als met een opvangbak.

Het gebruik van een maaidek voor mulchen betekent dat het gras en de bladeren nadat ze de eerste keer gemaaid zijn, omhoog geworpen worden in de kap en vervolgens weer op de messen vallen om nog een keer gemaaid te worden. Daardoor krijgt u een fijne verdeling van de gras- en bladresten. Grasmaaisel bevat 80 tot 85% water en wordt snel door de natuur afgebroken, waardoor het normaal geen aanleiding vormt tot viltvorming, in tegen-stelling tot andere dode plantenresten. De afbraak gebeurt het snelst wanneer iedere keer slechts 1/3 van de bladlengte gemaaid wordt. Er mag echter nooit meer dan 50% van de lengte van het grasblad gemaaid worden, omdat dit het risico van uitdraging vergroot door het grote vochtverlies in de plant.



Op de foto ziet u gras dat groeit op aarde met een actief microleven. Mulchen mag alleen plaatsvinden wanneer het gras groeit en het microleven in de aarde actief is, anders werkt het afbraakproces van de natuur zelf niet.

Voorwaarden
Het toepassen van mulchen met een geslaagd resultaat gaat uit van de volgende voorwaarden:

•dat er alleen gemulcht wordt wanneer er een actief microleven in de grond bestaat, d.w.z. dat het gras groeit en dat de temperatuur in de oppervlaktelaag van de aarde tenminste 6° Celsius bedraagt;
•dat de methode wordt gebruikt op grasvelden met relatief lichte grond, waar goede basisvoorwaarden bestaan om het gras te laten groeien;
•frequent maaien.
Wanneer er regelmatig wordt gemulcht wanneer het gras niet groeit, bijv. gedurende warme zomermaanden of laat in de herfst wanneer het vriest, vindt geen of zeer langzame afbraak plaats, waardoor het risico van viltvorming optreedt.

Bladverwerking
Bij het mulchen van blad is het tijd- en kostenbesparend wanneer blad dat verzameld wordt in hagen, borders, op voetpaden e.d., op het grasveld wordt geblazen waar een zitmaaier met een mulchmaaidek de bladeren kan fijnmalen. Mulchen kan het traditionele verzamelen van blad niet helemaal vervangen en het is daarom heel goed om het overblijvende blad te verzamelen na de laatste maaibeurt van het seizoen, wanneer de grondtemperatuur onder de 6° Celcius ligt en het gras niet meer groeit. Dit is vooral van toepassing als er sprake is van een opeenhoping of een dik pak bladeren. Anders neemt het risico van bijv. schimmelinfecties toe gedurende de winter.

Mulchen van blad
In Noord-Europa moet men er bij het mulchen van bladeren aan denken dat slechts een klein deel van het blad voor de eerste nachtvorst valt, terwijl een groot deel van de bladeren binnen een korte periode daarna valt. Daarom moet het gras in de herfst enkele centimeters langer groeien dan normaal. Dat maakt dat u in een korte periode meer bladresten kunt mulchen, omdat de mulchresten zich kunnen verbergen in het wat hogere gras. Ook in Midden-Europa is het verstandig om het gras in de herfst iets langer te laten groeien, omdat dat u de mogelijkheid geeft een beter visueel resultaat te krijgen. Mulchen met een lagere rijsnelheid is normaal om een optimale fijnverdeling te krijgen. Laat het mulchen bij voor- keur plaatsvinden bij droog weer. In het eerste jaar na de overgang van opvang naar mulchen zal een slechter visueel onderhoudsresultaat ontstaan, als gevolg van het feit dat het gras met bladresten wordt verzadigd en de afbraak niet zo snel gaat. De afbraaksnelheid wordt beter, afhankelijk van het microleven in de bodem. Vaak hebben speelgazons een slecht microleven, vooral als gevolg van een gebrekkige bemesting.

Betere kwaliteit en minder kosten
Na een tot twee jaar mulchen is het microleven aanzienlijk verbeterd en gaat de afbraak sneller. Het gehalte teeltaarde van de grond neemt met ca. 2% per 2-3 jaar toe, dat komt overeen met ca. 250 kg zode 100 m2. Onderzoek toont aan dat mulchen een hoeveelheid voeding aan de aarde toevoegt, die overeenkomt met tenminste 50% van de mestbehoefte. Mulchen leidt echter niet tot overbemesting. Het vermogen van de aarde om elektriciteit te geleiden - het geleidingsgetal - neemt toe van bijv. 0,4 naar 0,6. Vergeleken met een opvangbak wordt de benodigde werkduur met ca. 1/3 minder. Dat komt omdat men niet hoeft te verzamelen, af te voeren en te composteren. Bovendien heeft u geen dure verzamel-uitrusting nodig. Het mulchen van blad is bijzonder lonend omdat verzamelen vaak het enige alternatief is.

Maaien bij wisselende groei
Gedurende het eerste deel van het seizoen is de groei het sterkst. Wanneer de zomerwarm- te toeneemt, neemt de groei af om tijdens de warmste zomermaanden sterk minder te worden. Na de zomer neemt de groei weer toe, om tenslotte in de herfst weer af te nemen en uiteindelijk te stoppen wanneer de grondtemperatuur door de nachtvorst onder de 6° Celsius is gedaald. Het is daarom gunstig om het maaien af te laten hangen van de groei door intensiever te maaien in het begin van het seizoen, minder intensief tijdens de zomer en opnieuw een hogere maaifrequentie aan te houden in de herfst.

 

(bron: husqvarna-actie.nl) 

 

 
naar de website voor particulieren